Tot de boeiendste teksten die ik de voorbije dagen gelezen heb, behoort een essay van de Canadese professor emeritus Yakov Rabkin, een historicus met een grote kennis van de Joodse geschiedenis. De aanleiding tot zijn beschouwing is dat Israël uitgerekend tijdens het Pesachfeest een synagoge in Teheran bombardeerde. (!)
Yakov Rabkin te gast bij Pascal Lottaz, Bing Video’s
Zoiets zou onmiddellijk als antisemitisch bestempeld worden, behalve als het door de Israëlische luchtmacht gebeurt, constateert Rabkin. Maar het was niet de eerste antisemitische daad van Israël. In januari 1951 gooiden Israëlische geheime agenten een granaat in een synagoge in Bagdad. Dergelijke acties, die zich ook voordeden in Egypte en Marokko, waren bedoeld om de Joden in die landen ertoe aan te zetten uit te wijken naar Israël.
Joodse levens opofferen voor de “Joodse staat”
Daar hadden de zionisten, nadat ze honderdduizenden Palestijnse Arabieren hadden verdreven, nood aan bevolking. Dat het zionisme bereid was Joodse levens in gevaar te brengen of uit te doven voor zijn “goede zaak”, was lang geleden al gebleken uit een uitspraak van de Joodse politicus (en eerste premier en defensieminister van Israël) Ben-Gurion, die na de beruchte “Kristalnacht” in Duitsland (pogrom tegen de Joden) zei: “Als ik zou weten dat het mogelijk zou zijn alle Duitse kinderen te redden door ze naar Engeland over te brengen, maar slechts de helft door ze naar Israël te verhuizen, zou ik dat laatste kiezen, want we hebben niet enkel te maken met de aantallen kinderen maar met de historische inschatting van het volk van Israël.”
Rabkin becommentarieert: “Deze visie op mensen als ‘menselijk materiaal’ dat gebruikt kan worden voor het voordeel van de zionistische staat, verklaart ook de antisemitische daden die zionisten begingen in islamitische landen, in hun inspanning om Palestina te verjoodsen.”
Zionisme en antisemitisme: hand in hand
Het zionisme werkte ook vlot samen met antisemitische regeringen, want die wilden ook de Joden het land uit krijgen, en emigratie naar Palestina was dus een prima idee. Een hoge piet van de SS ging samen met een Duitse zionistische leider op bezoek in de zionistische kolonies in Palestina. Het naziblad Der Angriff, opgericht door Goebbels, schreef positieve artikels over het zionisme, en er werd zelfs een medaille geproduceerd met een hakenkruis op de ene kant, en een Davidster op de andere. Antisemitisme was een weldaad voor het zionisme…
Het zionisme: een ontsporing van het Jodendom
Maar de gewelddadige promotie en opbouw van de Joodse staat is hoogst problematisch: “Het gevaar van het zionisme voor de Joden is niet alleen fysiek, maar oog geestelijk. De zionistische aanspraken op Palestina en hun gedrag zijn drastisch in tegenspraak met de leer van het rabbijnse Jodendom. (…) In de woorden van rabbi Isaac Breuer: ‘Zionisme is de vreselijkste vijand van de Joodse natie die ooit ontstaan is. (…)’ “
Rabkin rondt zijn beschouwing af met een herinnering aan een bezoek aan Teheran van tien jaar geleden: de synagoge zag er veilig uit, geen bewakers aan de ingang, en aan de Joodse instellingen evenmin. De Joden in Teheran hadden ook een hospitaal opgericht voor de bevolking van de stad. Boven de ingang stond een vers uit de Torah, in het Farsi en in het Hebreeuws: “Bemin uw naaste als uzelf.”
Zie ook het recente boek van de auteur: Jakov Rabkin, Israel in Palestine, Jewish rejection of Zionism, Aspect Editions, september 2025. Of zijn geschiedenis van het antizionisme:
Het horrorverhaal over Boetsja, waar de Russen een “slachting” zouden hebben aangericht bij de bevolking, dient om Rusland zwart te maken en om de oorlog tussen Oekraïne en Rusland te doen voortduren. Het veel grotere horrorverhaal over het regime in Kiev dat artillerie en scherpschutters losliet op de dissidente provincies Loegansk en Donetsk wordt daardoor verdrongen, ook al kwamen daarbij zo’n 10.000 à 13.000 mensen om. Maar afgezien van deze mediamanipulatie is de vraag natuurlijk ook: wat klopt er van het narratief over Boetsja? Wat zijn de feiten, wat is gefundeerd en wat niet, waar is de geschiedschrijving en waar beginnen de verzinsels en de verzwijgingen van de propaganda?
Vaststaat dat er na de terugtrekking van het Russische leger lijken gevonden zijn in Boetsja, zowel op straat als op begraafplekken. De 500 waar Kathleen Depoorter over spreekt, zijn denkelijk een afronding naar boven, maar daar gaat het nu niet om. De problemen zitten elders. Over die doden werd merkwaardig laat bericht. “Beelden van de burgemeester van Boetsja die de bevrijding van de stad als een historisch moment karakteriseerde, bezoek van Zelenski, alles kwam op tv, te midden van lachende gezichten. In eerste instantie geen woord over een massamoord door de vertrekkende Russen, en Boetsja is maar een kleine stad. Pas enkele dagen na de ‘bevrijding’ werd het bloedbad gemeld. Veel van de op straat gevonden slachtoffers hadden nog voedselpakketten bij zich die ze van de Russen gekregen hadden; het is niet waarschijnlijk dat degenen die deze hadden uitgedeeld vervolgens de ontvangers zouden gaan executeren.” (1)
Represailles tegen “collaborateurs”
Russische soldaten die eetwaren geven aan de inwoners van de stad: dat is een heel ander perspectief dan dat van folteraars en moordenaars van de Oekraïense bevolking. Maar wat gebeurde er tussen het vertrek van de Russische troepen en de kreten over massamoord en foltering?
“Anton Gerasjtsjenko, ideoloog van het regime in Kiev, riep direct op tot represailles tegen de bevolking die met de Russische troepen zou hebben gecollaboreerd. Het is nodig om degenen op te sporen en te straffen die contacten hebben gehad met de Russische militaire eenheden, aldus Gerasjtsjenko, die burgers aanspoorde om diegenen die zich met de Russen hadden ingelaten, aan te geven.”
“Onder ‘inlaten’ (‘interactie’) verstond hij ook het accepteren van voedselpakketten en het dragen van witte armbanden om zich als niet-combatant te identificeren. Inwoners werden gewaarschuwd binnen te blijven aangezien speciale troepen (genoemd werden het Azov-bataljon en het Safari-bataljon) een schoonmaak van de stad zouden houden. Deze waarschuwing werd uitgegeven voordat de berichten over een massale slachting binnenkwamen.” (2) De New York Times bracht op 3 april 2022 een foto van soldaten van het Azovbataljon in Boetsja. (3)
In het beeld dat Kiev en allerlei slaafs en onkritisch volgende media ophangen van de gebeurtenissen, ontbreekt deze aangekondigde zuiveringsactie en haar concrete realisatie. Ook hier gaat het kennelijk om oorlogsmisdaden, maar dan bedreven door Kiev, en dus te verzwijgen. De vraag die daarbij rijst is natuurlijk hoeveel “executies” bedreven werden door Kiev, maar toegeschreven werden aan de Russische troepen. (4)
Geen geldig, onafhankelijk onderzoek
In zijn recentste boek zegt de expert Jacques Baud, door de EU gepest met sancties waarmee die organisatie zichzelf onmogelijk maakt: “Of het incident reëel is of onder valse vlag blijft nog een open vraag.” En hij citeert de Zwitserse minister van buitenlandse zaken Ignazio Cassis: “Het gaat niet om oorlogsmisdaden zolang er geen rechtbank dat bepaald heeft.” (5)
Maar het ontbreekt nog steeds aan een degelijk, onafhankelijk onderzoek van de Boetsjakwestie. Er werd iets dergelijks opgestart, met uitsluiting van Rusland, en met o.a. 18 Franse experten. In oktober 2025 werd het onderzoek afgesloten, maar eind 2026 was er nog geen officieel rapport verschenen.
Baud merkt ook op dat de Oekraïense socialistische politicus Ilya Kiva, een gewezen parlementariër, op 4 april 2022 via Telegram onthulde dat “Boetsja” gepland was door de Britse geheime dienst MI6 en gerealiseerd werd door de Oekraïense geheime dienst SBU. Kiva, die zichzelf in veiligheid gebracht had door naar Rusland te vluchten, werd in Moskou doodgeschoten op 6 december 2023. Die moordaanslag werd opgeëist door Oekraïne. Frankrijk heeft die aanslag nooit veroordeeld.
Een neutraal, niet vooringenomen onderzoek naar “Boetsja” lijkt voor de officiële instanties erg moeilijk, zozeer gaat het hier om een onderdeel van de psychologische oorlogsvoering van Kiev en zijn bondgenoten dat niet mag worden aangetast of ontbloot…
(1) Kees van der Pijl, De tragedie van Oekraïne, Europa als opmarsgebied voor de oorlog tegen Rusland, Groningen 2023, p. 213-214
In Doorbraak van 10 april lees ik een interview van Roan Asselman met Kathleen Depoorter, Kamerlid voor N-VA en ondervoorzitter van de commissie Buitenlandse Zaken. Het schokkende aan dat vraaggesprek is niet het overbekende narratief over de slachting die de Russen zouden hebben aangericht in de stad Boetsja, maar wel de totale onkunde zowel van de interviewer als van de geïnterviewde.
Oorlogsmisdaden zijn uiteraard te onderzoeken, te veroordelen en te bestraffen. Maar ze zijn even vanzelfsprekend als verwerpelijk. Zogenaamd geciviliseerde landen als bijvoorbeeld de VS of Frankrijk hebben opmerkelijke prestaties geleverd op dit gebied. Dat is psychologisch begrijpelijk: om op mensen te kunnen schieten moet je ze eerst ontmenselijken, herleiden tot hinderlijke konijnen die mogen afgemaakt worden. Als die ontmenselijking gebeurd is, is de volgende stap natuurlijk dat je ze ook mag folteren en verminken.
Daar komt dan bij dat de partijen in een oorlog onder stress staan, vaak lijden aan slaaptekort, angst en nervositeit – allemaal factoren die agressie versterken, het morele denken vertroebelen en grensoverschrijdend gedrag vergemakkelijken. Haat, wraaklust en sadisme werken dan samen om alle normen te negeren of te vergeten.
Folteren en moorden niet als ontsporing, maar als strategie
Maar naast die psychologische kant van oorlogsmisdaden zoals foltering en willekeurige executie is er natuurlijk ook een systemische: terreur en terrorisme zijn belangrijke onderdelen van de oorlogsvoering, bedoeld om de tegenstander te demoraliseren en verzet de kop in te drukken. Het bestraffen van oorlogsmisdaden van het eigen kamp is dan ook vaak dubbelzinnig: er wordt een nogal milde straf uitgesproken, en na niet al te lange tijd wordt de gevangenisstraf van de oorlogsmisdadiger(s) beëindigd met een vervroegde vrijlating. De straf was dan een PR-operatie, die uitdooft als het wat stiller geworden is rond de misdaad.
Omgekeerd is het uitvergroten en dramatiseren van de reële, veronderstelde of verzonnen oorlogsmisdaden van de tegenstander ook een onderdeel van de psychologische oorlogsvoering, die in de context van de hedendaagse massamedia heel belangrijk is.
Boetsja in de propagandastrijd van Kiev
Zo zijn de doden van Boetsja een terugkerend onderdeel van de oorlogspropaganda van het regime in Kiev. Roan Asselman schrijft in de inleiding van zijn interview: “In Bucha (of Boetsja), een voorstad van de Oekraïense hoofdstad Kiev, werd tijdens de eerste weken van de oorlog uitvoerig geplunderd, gefolterd en gemoord door de Russische strijdkrachten. (…) Dat is nu vier jaar geleden. Om de Russische agressie in Bucha te herdenken, werden door de Oekraïense overheid ook enkele Belgische parlementsleden uitgenodigd. Een van hen was Kathleen Depoorter, Kamerlid voor N-VA en ondervoorzitter van de commissie Buitenlandse Zaken.”
Eerder al was het premier De Wever zelf die deelnam aan een dergelijke PR-actie van Kiev en zich daarmee inschakelde in de oorlogspropaganda van het regime… Beide politici deden dat volkomen kritiekloos. In beide gevallen ging het om emotiegerichte verhalen zonder een spoor van historische kritiek. De Russen zijn nu eenmaal beesten en die arme, onschuldige Oekraïners verdienen al onze sympathie, nietwaar?
Dat Oekraïne foltert en moordt, zelfs eigen mensen, wordt daarbij verzwegen, en ook de contextualisering blijft achterwege. Depoorter heeft het over “meer dan 500 mensen die door het Russische leger gedood zijn tijdens de 33 dagen dat de stad bezet werd”. Geen woord over de burgeroorlog die door Kiev werd opgestart tegen de dissidente Donbasprovincies, waarvan het aantal slachtoffers op zo’n 10.000 geschat wordt. Een oorlog die een aaneenschakeling van oorlogsmisdaden was van het Kievregime, dat met artillerie en scherpschutters de opstandelingen aanviel. Volstrekt buitensporige middelen om een conflict over de taalpolitiek “op te lossen”.
De ideologische verwardheid van de NVA
Het komt me voor dat de NVA zijn eigen uitgangspunten verraadt. De situatie in Oekraïne – waarbij de erkenning en het gebruik van het Russisch grotendeels werd verboden – is te vergelijken met wat er in België zou gebeuren als het Nederlands zou worden afgevoerd als taal van de overheid en het onderwijs en alles in het Frans zou moeten. Dat zou een zwaar conflict uitlokken, allicht zelfs een volksopstand van de Vlamingen.
Je zou dus mogen verwachten dat de NVA alle sympathie heeft voor het Russisch sprekende deel van de bevolking in Oekraïne en zich actief engageert om de rechten daarvan te verdedigen. Maar daar is niets van te merken. Door een of andere ideologische kortsluiting (zeg maar: russofobie) sympathiseert die partij met taalonderdrukking en oorlogsgeweld en repressie tegen mensen die opkomen voor hun rechten op taalgebied. Mentaal gestoord, die partij?
De militaire prestaties van Iran zijn uitstekend en indrukwekkend. Het land vernietigde een kostbaar en onvervangbaar Amerikaans AWACS-vliegtuig, een commandocentrale die vanuit de lucht een groot gebied kan monitoren en gevechtsacties organiseren en coördineren. En het bracht een transportschip van het Amerikaanse leger, volgestouwd met tanks, gepantserde voertuigen en munitie tot zinken. Twee keer een schade van vele honderden miljoenen dollars en een grote hinder voor de Amerikaanse oorlogsvoering.
Naast die twee enorm zware klappen voor de VS bombardeerde Iran ook Demona, de plek waar het geheime nucleaire arsenaal van Israël is opgeslagen. Dat arsenaal werd niet geraakt, maar de buurt wel. Dat zou een onnauwkeurigheidsfout van Iran kunnen zijn. Maar dat is onwaarschijnlijk, want Iran heeft al ruimschoots gedemonstreerd hoe precies het kan mikken. Het lijkt veeleer om strategie te gaan.
De Samsonoptie van Israël: nucleair gaan
Iran heeft gedemonstreerd dat het de nucleaire site van Israël zou kunnen vernietigen als het dat wil. Dat is interessant voor het verdere verloop van de oorlog. Waarnemers opperen de overweging dat Israël, als het verder in het nauw gedreven en kapotgebombardeerd wordt, tot het gebruik van zijn atoomwapens zou kunnen overgaan.
Bij het minste teken daarvan kan Iran het hele nucleaire centrum van Israël doen ontploffen en dat is dan vermoedelijk het einde van de staat Israël en van een groot deel van zijn bevolking. Afgezien van de explosie zelf zou heel Israël radioactief vergiftigd kunnen worden.
Met zijn aanval net naast het nucleaire centrum van Israël heeft Iran duidelijk gemaakt hoe gevaarlijk de situatie voor de zionistische agressor is en dat die moet oppassen… Knap gespeeld door Iran!
Deze oorlog is geen “vrijheidsstrijd” van de bevolking tegen de regering
Maar zo denkt natuurlijk niet iedereen. In de Standaard van vandaag las ik een stukje van Jasmine Malekzedem, advocaat, wetenschapper en docent, die ervan droomt dat deze oorlog voor een regime change in Iran zorgt, en daarmee op de lijn van de VS zit. Zij vindt dat de Belgische regering de Iraanse burgers moet “steunen in hun vrijheidsstrijd”.
Maar dat is helemaal niet aan de orde, en de maatschappelijke evolutie werkt andersom: de Iraniërs moeten hun onderlinge strijd aan de kant zetten en zich samen schrap zetten tegen de buitenlandse agressors. Die trend lijkt nu bezig, zo wordt gesignaleerd.
Horribele feiten zoals het bombarderen van een meisjesschool door de VS, blijkbaar door gebrek aan degelijke en actuele “intelligence”, maakt duidelijk wat van de vijand te verwachten is en zet de Iraanse bevolking op tegen de VS en hun handlanger Israël. (Of moet ik zeggen: tegen Israël en zijn handlanger de VS?)
Via strijd tegen de buitenlandse vijand naar solidariteit?
Het scenario dat Malekzadem bepleit, namelijk diplomatieke druk naar een regime change in Iran, is ongeloofwaardig en gevaarlijk. De VS en Israël zijn verloederde democratieën en onvermoeibare schenders van de mensenrechten die alleen maar bezig zijn met machtspolitiek en eigenbelang. Daar valt niets goeds van te verwachten. Van de vastberadenheid, het strategische doorzicht en de groei naar interne solidariteit van Iran hopelijk wel.
In een krant zag ik een opiniestukje van de filosoof Maarten Boudry over Rusland. Het leek me volkomen oninteressant en ook nog dwaas. Pas toen ik die gazet al had weggegooid, bedacht ik dat het stukje toch een fraaie bloemlezing van russofobe clichés en vooroordelen bevatte, waar op zich al wat over te zeggen valt. Ik vond de tekst terug op het internet, en wil hem toch even becommentariëren.
Op korte tijd gaf premier De Wever twee keer blijk van realisme en pragmatisme in de benadering van Rusland. Eerst door het stelen van de Russische financiële tegoeden in België te blokkeren. En nu opnieuw door te stellen dat we naar samenwerking met Rusland moeten. Dat lijkt me evident en hoognodig, maar er kwam allerlei bizar protest tegen. Het stukje van Boudry past in die trend. Maar hoewel hij een filosoof is die ik associeer met de UGent en haar ronkende slogan “Durf te denken”, mist hij blijkbaar alle denkkracht als het gaat over Rusland, en doet hij geen poging om zich degelijk te informeren.
De mythe van de “imperialist” Poetin
Luister even naar de filosoof: “Het is toch verbijsterend dat de prietpraat over Ruslands “legitieme veiligheidseisen” vier jaar na de invasie nog steeds weerklinkt. En dan nog uit de mond van professoren internationale politiek.
Poetin zou gewoon naar een “cordon securitaire” verlangen, een begrijpelijke “veiligheidsarchitectuur”. Natuurlijk maakt hij zich grote zorgen over de oostwaartse “expansie” van de NAVO. Hoe zouden wij zelf zijn? De feiten zijn dat Poetin met zijn dwaze oorlog zijn grens met de NAVO-landen verdubbeld heeft tot 2.600 kilometer (door het lidmaatschap van Finland). En hij krijgt er nog Zweden bij. De hele Baltische Zee is nu NAVO-gebied, in zijn achtertuin. Exact het omgekeerde van wat hij zogenaamd wilde.
Heb je Poetin daarover horen klagen? Heeft hij massale troepen naar de Finse grens verplaatst? Het kon hem nauwelijks iets schelen.”
Boudry stelt wat hij noemt “de feiten” tegenover de stellingnamen van professoren internationale politiek, afgedaan als “prietpraat”. Die feiten zouden zijn dat Poetin de grens met de NAVO-landen verdubbeld heeft door zijn gedrag. En dat hij geen troepen gestuurd heeft naar de Finse grens. De verklaring daarvoor die Boudry verzint is dat het Poetin niet kon schelen.
De bescheiden, maar terechte veiligheidseisen van Rusland
Die “feiten” kan je wel anders interpreteren: de NAVO, die tegen eerdere toezeggingen van het Westen aan Rusland niet zou expanderen naar het Oosten, zou met een lidmaatschap van Oekraïne Rusland van heel dichtbij onder schot kunnen houden. Raketten vanuit Oekraïne zouden immers op weinige minuten Moskou kunnen bereiken en platleggen en het Kremlin van de kaart vegen. Dat is voor Rusland niet acceptabel, om dezelfde reden als de VS hadden om Russische raketten op Cuba onaanvaardbaar te vinden.
Een ander deel van de “feiten” is dat de VS op Rusland dezelfde omsingelingsstrategie toepassen als op Iran: militaire basissen en steunpunten om het land heen. Rusland is het grootste land ter wereld, waardoor die omsingeling moeilijker compleet te maken is dan voor Iran, maar dat de Baltische Zee een NAVO-zee geworden is (van waaruit Sint-Petersburg en Kaliningrad onder schot gehouden worden) en dat in Roemenië de grootste NAVO-luchtmachtbasis komt, van waaruit de Zwarte Zee en Rusland onder schot kunnen worden gehouden, is een enorme bedreiging voor Rusland.
Het ligt niet aan Poetin dat er meer NAVO aanwezig is tegenover Rusland, maar aan de VS, die de verzonnen “Russische dreiging” oppeppen om hun omsingeling te vervolmaken. De “legitieme veiligheidseisen” van Rusland zijn dus geen “prietpraat”, maar een verweer tegen een reële bedreiging.
Een bewijs dat Poetins discours over veiligheidseisen onzin is, ziet Boudry in het feit dat er nog geen Russische troepen naar de Finse grens gestuurd heeft. Dat begrijp ik niet: Rusland heeft zijn troepen nodig voor zijn conflict met Oekraïne, en wat zouden Russische troepen aan de Finse grens moeten gaan doen? Een invasie beginnen, om zo een wereldoorlog te starten? Hoe vervreemd van de realiteit kan een “filosoof” geraken?
De NAVO-expansie bestaat niet, volgens de filosoof
Tegen alle realiteit in poneert Boudry: “Het is ook onzin dat de NAVO aan “expansie” doet. De voormalige Oostbloklanden, Oekraïne inbegrepen, smeken al decennia om lid te mogen worden. Jarenlang was het Westen juist terughoudend om hen toe te laten. Duitsland en Frankrijk blokkeerden zelfs het Oekraïense NAVO-lidmaatschap, juist omdat ze vreesden dat Rusland zich in het nauw gedreven zou voelen. Daarin rook Poetin juist onze zwakte.”
In betere tijden was er een goede economische samenwerking tussen Duitsland en Frankrijk (goedkoop gas uit Rusland, samen kerncentrales bouwen op allerlei plekken van de wereld…) en het is maar logisch dat je dan vermijdt de goede verstandhouding te verstoren door lompe initiatieven. Tot de dwaasheid de overhand kreeg en die landen in hun eigen voet schoten door ruzie te maken met Rusland.
Zwakte? Schuilt daarachter niet de gedachte dat wij – Europa – ons sterk moeten tonen tegenover Rusland? Spierballen en machtsvertoon als basis van een goede en vlotte samenwerking? In plaats van begrip, tegemoetkoming en respect?
De mythe van het imperialisme van Poetin
En dan deze alinea van Boudry: “Het is onzin dat Poetin Oekraïne binnenviel omdat hij ‘bang’ is voor de militaire dreiging van de NAVO. Poetin is een imperialist die heimwee heeft naar de gloriedagen van het Russische Rijk en die niet kan verkroppen dat Oekraïne – de ‘bakermat’ van Rusland in zijn hersenspinsels – een soevereine en democratische natie is, een succesvol alternatief voor zijn eigen imperium dan nog.”
Hier wordt de wereldvreemdheid van Boudry ten top gedreven! Oekraïne een soevereine en democratische natie en een succesvol alternatief voor de Russische samenleving??? De soevereiniteit van Oekraïne werd door het Westen met de voeten getreden: de VS organiseerden er (met veel geld) een “regime change” en brachten er een illegaal extremistisch regime aan de macht.
Het Westen saboteerde (in de persoon van de Engelse premier Johnson) het vredesakkoord van Istanboel dat na enkele maanden oorlog al tot stand kwam en waar Zelenski mee kon instemmen. Er moest oorlog zijn en blijven. (Een al lang bestaand principe van het Amerikaanse machtsstreven: Rusland uitputten, verzwakken, verslaan, isoleren…)
De mythe van het democratische Oekraïne
En die democratische natie die Oekraïne zou zijn? Een land waar de oppositiepartijen verboden zijn, de vakbonden uitgeschakeld, en de media onder controle van het bewind gebracht… En waar het recht misbruikt wordt om dissidenten en opponenten te neutraliseren, politieke moorden alledaags werden, een zwarte lijst van vijanden van het regime op het internet werd bijgehouden (toevallig gevestigd in de directe nabijheid van het CIA-centrum in de VS)… (Voor Oekraïners die op de lijst komen, is dat een doodvonnis dat hen boven het hoofd hangt…)
Die prachtige democratie die Boudry aanprijst als alternatief voor het Russische staatssysteem, presteerde het ook de eigen bevolking te bejegenen met artillerie en scherpschutters omdat die zich niet wilde neerleggen bij de oekazes van Kiev. Hoe kan een “sceptische” filosoof een terreurbewind vermommen als een modeldemocratie?
De vredeswil van Poetin
En waar zit dat “imperialisme” van Vladimir Poetin? Die stemde toch in met het akkoord Minsk 2, dat door de VN werd bekrachtigd en een elegante oplossing voor het probleem Oekraïne formuleerde: de opstandige westelijke provincies van Oekraïne zouden tot de Oekraïense staat blijven behoren, maar het taalprobleem daar (het verbieden en tegenwerken van het gebruik van de Russische taal door Kiev) zou worden opgelost door die regio’s een zekere autonomie te geven. Een werkbare, Belgische (of Zwitserse enz.) oplossing.
Het akkoord respecteerde de territoriale integriteit van Oekraïne en bevatte geen poging of opening om Oekraïne onder Russische controle te brengen. Alleen bedong het de basisvoorwaarde voor de Russische veiligheid: de neutraliteit van Oekraïne ten opzichte van de machtsblokken en hun militaire apparaat, die bij het oprichten van de Oekraïense staat in de grondwet was opgenomen, maar door Kiev was geschrapt.
Ik houd vast: het ging Rusland niet om gebiedsuitbreiding en niet om controle over Kiev, maar om militaire veiligheid en om de belangen van de Russisch sprekende bevolking van Oekraïne.
De filosoof als leuteraar
Maar het Westen speelde vals, het ging erom tijd te winnen om Oekraïne in staat te stellen zijn troepen voor te bereiden op oorlog – zo vernamen we later van Hollande en van Merkel die Minsk 2 onderhandelden. Het Westen deed niets om Minsk 2, waarmee een oorlog had kunnen worden vermeden, te doen uitvoeren door Kiev.
Terug naar Boudry: zou je van de filosofie niet mogen verwachten dat ze problemen analyseert en verheldert en begrippen en strategieën aanreikt om vrede en verstandhouding tussen volkeren of staten te realiseren en te cultiveren?
Niets daarvan bij Boudry: bij hem is de filosofie een modderpoel van vooroordelen en denkfouten waarin je wegzakt en verdrinkt…
De in Brussel wonende Zwitser Jacques Baud is een onmisbare auteur voor wie zich interesseert voor Rusland en Oekraïne en de oorlog tussen die twee. Zijn boeken heb ik dan ook altijd binnen handbereik staan. Hij is bijzonder deskundig: hij heeft gewerkt voor de Zwitserse militaire inlichtingendienst, voor de VN en voor de NAVO en was o.a. in Oekraïne en op de Krim actief.
De gesel van de EU
Door de steeds verder in autoritaire richting ontsporende EU werd hij gesanctioneerd omdat zijn standpunten “desinformatie” zouden zijn en hij pro-Russische propaganda zou verspreiden. Hijzelf daarover: “…op 15 december 2025 heeft de Europese Unie mij onder het regime van ‘sancties tegen de Russissche destabiliseringsactiviteiten’ geplaatst. Mijn bezittingen in de EU zijn bevroren en het is me verboden me te verplaatsen op het territorium van de EU.”
“Op het moment dat dit boek in druk gaat, heb ik geen mogelijkheid om eten te kopen, mijn rekeningen te betalen en evenmin mijn medische kosten. In Frankrijk heeft de FNAC uit eigen beweging beslist mijn boeken uit de rekken te halen, zonder enige gerechtelijke beslissing als basis.
Hoewel Zwitserland meegewerkt heeft aan de goedkeuring van de sancties, past het die niet toe, want die zijn tegen de vrijheid van meningsuiting. Als ik daar zou leven, zou ik aan de sancties ontsnappen, maar ik heb niet het recht erheen te gaan.” (p.12)
De sancties zijn niet alleen strijdig met de principes van de rechtsstaat, merk Baud op, maar ze berusten ook op uitlatingen die hem worden toegeschreven, maar die hij nooit geopperd heeft.
Het probleem van de Krim verhelderd
Het uitgangspunt van Jacques Baud is dat je om een conflict te kunnen oplossen goed moet zien wat ertoe geleid heeft. Om de standpunten en de reacties van de betrokken partijen te begrijpen, moet je weten hoe het conflict ontstaan is en hoe het zich ontwikkeld heeft, je moet de achtergrond kennen.
Wat betekent dat concreet? Ik wil dat toelichten door een korte weergave van Bauds beschrijving van het probleem van de Krim, die nogal vooraan in het boek te vinden is, p. 47-53. Die bevat informatie die me verraste, en die een ander licht op de kwestie werpt dan het gewone, dat van een agressief Rusland dat zonder daar recht op te hebben grondbezit van Oekraïne afpakte.
Vrij bekend is hoe de associatie van de Krim met Oekraïne ontstaan is: in 1954 deed de Oekraïner Nikita Chroesjtsjov de Krim cadeau aan Oekraïne, destijds natuurlijk niet de huidige staat, maar een deelgebied van Sovjet-Rusland. Maar dat was niet legaal. Het was een beslissing van het presidium van de Opperste Sovjet, zonder goedkeuring door de Opperste Sovjet zelf, en evenmin van de Socialistische Republieken Rusland en Oekraïne. De geste van Chroesjtsjov was, zo stelt de historicus Mark Kramer, vermoedelijk ingegeven door eigenbelang, want ze versterkte zijn positie in het Politbureau.
Die overdracht van de Krim werd nooit legitiem gevonden door de bevolking van dat gebied, die daarover niet geraadpleegd was en die nooit onder het gezag van Kiev geweest was.
Op 20 januari 1991 – nog voor Oekraïne onafhankelijk werd en nog voor de Sovjetunie onbonden werd – kregen de bewoners van de Krim de vraag voorgelegd waar ze wilden bijhoren. Concreet: of ze als de autonome Socialistische Sovjetrepubliek wilden toetreden tot de Sovjetunie? De stemming gaf als resultaat: 93,6% van de stemmen voor afkoppelen van Kiev en aansluiten bij Moskou. De in 1945 afgeschafte autonome socialistische Sovjetrepubliek van de Krim werd op 12 februari 1991 door de Opperste Sovjet hersteld.
Op 17 maart organiseert Moskou een referendum over het laten voortbestaan van de Sovjetunie, en de Krimrepubliek is er voorstander van en wijst dus koppeling aan Kiev opnieuw af.
In december 1991 organiseert de Krimrepubliek een eigen referendum over zijn onafhankelijkheid. De opkomst is niet heel groot, want de Oekraïners voelen zich al autonoom. Maar op 4 september 1991 roept Oekraïne zijn soevereiniteit uit.
Op 26 februari 1992 roept het parlement van de Krim dit gebied uit tot “Republiek van de Krim”, met instemming van Oekraïne. Op 5 mei 1992 wordt een grondwet aangenomen.
Oekraïne annexeert de Krim met militaire macht
Maar op 17 maart 1995 – Oekraïne is dan ook een autonome staat geworden – verklaart Kiev de grondwet van de Krim nietig en stuurt een speciale troepenmacht naar het land om president Mechkov af te zetten en de Krimrepubliek de facto te annexeren. De bevolking komt op straat om te protesteren en de aansluiting van de Krim bij Rusland te eisen. Een gebeurtenis die in de Westerse media nauwelijks aandacht krijgt, noteert Jacques Baud.
Voortaan wordt de Krim per decreet bestuurd vanuit Kiev. In oktober 1995 formuleert het parlement van de Krim een nieuwe grondwet voor de “Autonome Republiek van de Krim”, maar binnen de grenzen van Oekraïne. Op 23 december1998 keurt het Oekraïense parlement die grondwet goed.
Maar dan volgt de staatsgreep in Kiev, waarbij nieuwe machthebbers de zaken in handen nemen. Die verklaren op 23 maart 2014 de wet op de officiële talen, waardoor het Russisch erkend werd als een officiële taal van Oekraïne, nietig. Het nieuwe bewind heeft niet alleen geen legaliteit, maar de beslissing is ook strijdig met een vriendschapsakkoord tussen Oekraïne en Rusland van 1997, becommentarieert Baud.
De reactie van de Krimrepubliek laat niet op zich wachten: de bevolking komt op straat om de wederaansluiting bij Rusland te eisen.
Poetin: “de bevolking beslist!”
Op 4 maart vraagt een journalist aan Vladimir Poetin of hij beoogt dat de Krim bij Rusland komt. Die antwoordt: “Dat is niet ons streefdoel. In het algemeen vind ik dat alleen de inwoners van een bepaald land, die vrij zijn om te beslissen in alle veiligheid, kunnen en willen bepalen wat hun toekomst is. Als dat recht is toegekend aan de Albanezen van Kosovo, als dat in vele delen van de wereld mogelijk gemaakt is, dan is er niemand die het recht van de naties op zelfbeslissing uitsluit, dat, voor zover ik weet, vastgelegd is in meerdere VN-documenten. Maar wij lokken in geen geval een dergelijke beslissing uit en wakkeren dergelijke gevoelens niet aan.”
Op 6 maart beslist het parlement van de Krimrepubliek een volksraadpleging te organiseren over de vraag: bij Oekraïne blijven of aansluiting bij Rusland? Dat laatste blijkt de voorkeur te krijgen, en de autoriteiten van de Krim richten een aanvraag aan Moskou voor toetreding tot de Russische Federatie. Zo herstelt de Krimrepubliek het statuut dat zij bekomen had via een referendum, gehouden nog voor Oekraïne zelf onafhankelijk werd in 1991, en dat afgenomen was door Kiev in 1994-1995.
De Russische “groene mannetjes”: een verzinsel
Het verhaal over de Russische soldaten die in het groen gekleed en zonder militaire kentekens Oekraïne zouden zijn binnengedrongen om een Russische machtsovername met geweld te realiseren is een standaardnarratief in het Westen. Maar Jacques Baud, die in die tijd voor de NAVO op de Krim werkte, legt uit dat het niet klopt. Er was, volkomen legaal want overeengekomen in het SOFA-akkoord een Russische troepenmacht van 20.000 à 22.000 militairen aanwezig op de Krim, maar er kwamen geen soldaten bij.
Er waren ook Oekraïense troepen, grotendeels Russischtaligen, aanwezig, die van Kiev opdracht kregen op te treden tegen het volksprotest dat ontstond als reactie op het schrappen van het Russisch als officiële taal. Maar 20.000 van de 22.000 weigerden dat te doen en solidariseerden zich met het protest. Ze verwijderden hun insignes en werden zo wat het Westen later “de groene mannetjes” ging noemen. Dat waren dus geen Russische invallers, maar overgelopen Oekraïense soldaten. Daar kwamen nog Russisch sprekende leden van de politie en van de grenswacht bij, in totaal ongeveer 35.000 Oekraïense overlopers. Daarnaast koos ook 70% van de vloot, inclusief de commandant, de kant van het protest.
Het Memorandum van Boedapest
Het Westerse discours probeert Rusland te criminaliseren door te stellen dat de integratie van de Krim in de Russische Federatie een “schending” zou zijn van het Memorandum van Boedapest uit 1994. Die tekst begeleidde het afstaan van de Russische nucleaire wapens die nog op Oekraïens grondgebied stonden aan Rusland, en dit in ruil voor de Oekraïense veiligheid, onafhankelijkheid en territoriale integriteit.
Maar het Memorandum is geen juridisch document, maar een intentieverklaring, een uiting van goede wil, en niet bruikbaar om te zeggen dat de re-integratie van de Krim in de Russische Federatie een schending van de Oekraïense territoriale integriteit zou zijn. Wel juridisch dwingend is het vriendschapsverdrag dat tussen de Russische Federatie en Oekraïne werd afgesloten op 31 mei 1997. Het is, zo merkt Jacques Baud op, de enige overeenkomst waarin Rusland de soevereiniteit van Oekraïne erkent.
Maar deze tekst bepaalt ook wat Oekraïners moeten garanderen: “de bescherming van de etnische, culturele, taalkundige en religieuze eigenheid van de nationale minderheden op hun grondgebied”, dus ook en vooral van de grote Russische minderheid.
Als na de putsch de nieuwe machthebbers het statuut van erkende Oekraïense taal van het Russisch schrappen, is dat een schending van het akkoord van 1997. Dat draagt ertoe bij dat de Russische Federatie de vraag van de Krim om toe te treden positief beantwoordt.
Oekraïne wacht tot de vervaldatum van het Memorandum om dan te beslissen om het niet te vernieuwen. Kiev heeft zich niet eerder teruggetrokken uit de overeenkomst, bijvoorbeeld omdat er meer Russische militairen in de Krimrepubliek aanwezig zouden zijn dan overeengekomen. Als de “groene mannetjes” werkelijk geïnfiltreerde Russische militairen zouden geweest zijn, was dat een perfecte reden geweest om te protesteren door het Memorandum op te zeggen, maar daar was geen sprake van. Wat bevestigt dat die mannetjes een propagandafabel zijn.
Is objectieve geschiedschrijving desinformatie?
Ik heb hier de kwestie van de Krim als voorbeeld genomen voor de aanpak van Baud: hij onderzoekt de voorgeschiedenis van een conflict door akkoorden en afspraken te bekijken, en de spanningen en de ingrepen die zich eerder voordeden en de tegenstellingen die aan het werk zijn.
Het beeld dat daardoor ontstaat verschilt heel sterk van het in het Westen gangbare, met als boosdoener Rusland en met name president Poetin, en daartegenover onschuldige, naar democratie snakkende Oekraïners van wie een stuk grondgebied wordt afgepakt. De Krim was al een autonome republiek voor Oekraïne autonoom werd en het was Oekraïne dat die autonome republiek met militair geweld onderwierp en inlijfde. De anti-Russische politiek van het op illegale wijze via een staatsgreep aan de macht gekomen pro-Westerse regime creëerde problemen. Dat met name door het afschaffen van het statuut van een erkende officiële Oekraïense taal van het Russisch – in weerwil van een vriendschapsakkoord met Rusland.
Dat de bevolking van de Krim daartegen in opstand kwam en zich terug bij de Russische Federatie wilde voegen, is begrijpelijk, en haar goed recht. Dat Kiev geen rekening hield met de volkswil en zijn wil wilde doordrukken was problematisch en onaanvaardbaar, en dreef de Krim tot toenadering tot Rusland. Recht van spreken daartegen heeft Kiev duidelijk niet: het had zelf de Krim gepakt zonder daar het recht toe te hebben, en heeft dus juridisch niets te eisen. Het Westerse propagandaverhaal over de onrechtmatige annexatie van de Krim door Rusland is dus pure onzin.
Maar dat duidelijk maken is voor de EU denkelijk alweer pro-Russische propaganda en desinformatie…
Jacques Baud, Paix en Ukraine, Max Milo 2026, 379 p.
De onmisbare Amerikaanse blogger Simplicius, zeer deskundig in militaire aangelegenheden, constateert in zijn blog van 3/3/2026 dat de VS in de huidige oorlog met Iran de slechtste dag van een decennium meemaakten inzake verliezen in de lucht. Drie Amerikaanse gevechtsvliegtuigen, elk ter waarde van 90 tot 117 miljoen dollar, werden neergeschoten en bovendien verloren de VS bij een Iraans bombardement meerdere manschappen. Een pijnlijke zaak voor de zich almachtig wanende en zich als almachtig voordoende VS.
De vliegtuigen zouden zijn neergeschoten door “friendly fire”, per vergissing dus. Maar het officiële militaire rapport van de VS meldt dat ze werden aangevallen door Iraanse vliegtuigen. En dat terwijl de VS beweerden dat ze het luchtruim onder controle hebben! Dat is dus duidelijk ver weg van de realiteit.
Bovendien wordt de verklaring via “friendly fire” van de Koeweitse luchtafweer in twijfel getrokken vermits de Amerikaanse toestellen in de lucht aangevallen werden door Iraanse. Maar de VS hebben er natuurlijk alle belang bij om alles te reduceren tot een vergissing en het idee dat hun gevechtsvliegtuigen niet bepaald onoverwinnelijk zijn te elimineren. Niet alleen voor de propaganda, maar ook voor de business.
IFF deugt niet
De “friendly fire”-verklaring voor het neerhalen van de F-15’s verbergt nog een ander probleem. Het systeem dat vriend en vijand moet identificeren, het IFF-systeem of “Identify Friend Foe”-systeem van Amerikaanse makelij zou in Koeweit slecht of niet gefunctioneerd hebben. Alweer geen reclame voor het Amerikaanse wapentuig. Simplicius citeert een criticus die opmerkt dat het systeem nooit voldoet aan de opgegeven specificaties en dat de opleiding voor het gebruik ervan niet degelijk is…
De VS geven toe dat er 6 van zijn militairen omkwamen bij een Iraans bombardement. Iran spreekt van 650 slachtoffers. In een poging tot verklaring van het enorme verschil herinnert Simplicius eraan dat de VS bij dergelijke cijfers mensen met zwaar hersenletsel als “gewond” bestempelen, en niet als “slachtoffer”.
Rusland en China leveren technologie aan Iran, maar dat is niet genoeg…
Simplicius heeft nog meer interessants te zeggen in zijn blog, maar ik laat het hier even bij en stap over naar een bijzonder boeiend en informatief artikel van Silvia Boltuc, specialiste in internationale betrekkingen en “business consultant” met als titel: “Hoe Russische en Chinese technologie de Iraanse strategische diepte versterken”.
Daarin lees je o.a.: “Moskou en Beijing zijn overgegaan van diplomatieke bondgenoten naar ‘technologische ankers’ door Iran te voorzien van geavanceerde S-400 luchtverdediging, SU-35-gevechtsvliegtuigen en BeiDou-3 navigatie om Westerse stealth en verstoringscapaciteit te ontkrachten.”
En, opgelet: “Als Rusland en China nalaten te evolueren voorbij de levering van technologie naar actieve afschrikking, riskeren ze een ‘deficit aan geloofwaardigheid’ dat de mislukking van de multipolaire wereldorde zou kunnen signaleren en potentiële partners in het Globale Zuiden zou kunnen vervreemden.”
De relatie tussen Iran enerzijds en Rusland en China anderzijds was pas nog versterkt: “Eind 2025 en begin 2026 intensifieerde Iran zijn ‘kijk naar het Oosten’-politiek door de afronding van een uitgebreid strategisch partnerschap voor 20 jaar met Rusland en het versnellen van zijn 25-jarenprogramma voor samenwerking met China.”
De belangen van China en Rusland
Er staat dus in het huidige conflict tussen Iran enerzijds en Israël/VS anderzijds veel meer op het spel dan het regionale imperialisme van Israël. De kaarten op wereldniveau worden hier opgeschud. Voor China is de olievoorziening, waarvan een belangrijke leverancier als Venezuela door de VS wordt afgeremd, heel belangrijk en Iran is daarbij centraal.
Daarnaast is Iran natuurlijk een belangrijk knooppunt in het Chinese plan voor een landverbinding van China naar het Westen, met aansluitend zeeconnecties. Bombardementen op Iraanse havens als Asaluyeh of Bandar Abbas vernielen door China gesubsidieerde logistieke voorzieningen die een onafhankelijke, niet door het Westen gecontroleerde toegang tot de zee moeten garanderen.
Gelijkaardige logistieke belangen gelden voor Rusland, dat zijn INSTC (International North-South Transport Corridor) liet toekomen aan de Iraanse kust. “Het INSTC kende recordverkeer in januari 2026 toen de eerste regelmatige containertreinen met succes de regio van Moskou verbonden met de haven van Bandar Abbas.” Het INSTC is voor Moskou een onmisbare connectie met de Indische markt.
Rusland en China moeten zich sterker engageren…
Maar: “Nu Westerse sancties de Russische noordelijke routes isoleren, zou het verlies van de stabiliteit in Iran de investeringen in infrastructuur en connectiviteit kunnen doen instorten. Israël en de VS hebben bijvoorbeeld de strategische Iraanse haven van Bandar Abbas in de Perzische Golf als doelwit genomen.”
En: “Iran is een van de laatste ‘forten’ van Moskou tegen de Westerse hegemonie in Eurazië. Een pro-Westerse regimeverandering of een ‘failed state scenario’ in Iran zou een terminale slag vormen voor de ‘multipolaire’ wereldorde die de grootste machten van Eurazië hebben getracht op te bouwen.”
De multipolaire wereldorde redden
Silvia Boltuc besluit dan ook dat Rusland en China moeten opkomen voor Iran als ze het idee van een multipolaire wereld willen redden en niet willen afgaan: “Moskou en Beijing moeten dan ook verdergaan dan alleen maar het afwenden van risico’s en hun volgende fase van escalatie streng doseren om een totaal verlies aan regionale geloofwaardigheid te voorkomen.”
De open brief die Michael von der Schulenburg stuurde aan de voorzitster van het Europees Parlement – zie mijn blog van gisteren – is voor een groot gedeelte identiek met die aan Ursula Von der Leyen. Alleen een korte passage richt zich met een aparte beschouwing tot Metsola. Daarin wijst de auteur op de verantwoordelijkheid van het Europees Parlement in het zoeken naar vreedzame oplossingen voor gewapende conflicten die burgers bedreigen.
Maar, zo zegt hij, de EU-resoluties gaan haast uitsluitend over militaire maatregelen en laten na diplomatieke pistes te overwegen. Dat is strijdig met het Charter van de VN. De EU onderhoudt ook geen contacten met Rusland, wat een heel ongewone situatie is. De briefschrijver acht het dan ook wijs om contact te zoeken met Rusland, dat een deel van Europa is en ons grote buurland zal blijven.
Originele tekst
” I am convinced that the European Parliament, representing people in 27 Member States, carries a particular responsibility to seek peaceful solutions to armed conflicts that impact or threaten our citizens. Unfortunately, the many resolutions adopted in support of Ukraine focus almost exclusively on military measures and fail to consider diplomatic avenues. This approach is not in line with the UN Charter. Moreover, there are currently no contacts—neither direct nor indirect, not even through the United Nations—with Russia. In all the wars I have encountered during my professional life, such a situation has never existed. There was always at least a small window kept open, if only to prevent the worst.
Despite the ongoing hostilities, I am convinced that it would be wise for this Parliament to reach out to Russia. After all, Russia is part of Europe and will remain our large neighbour.”
De Europarlementariër Michael von der Schulenburg die, zoals ik eergisteren schreef en illustreerde, een voorstel voor een onderhandelde oplossing van de oorlog tussen Rusland en Oekraïne promoot, stuurde open brieven naar de EU-verantwoordelijke voor buitenlandse betrekkingen en naar de voorzitster van het Europees Parlement. Hier zijn brief aan Kallas:
Letter to Kaja Kallas
At the sorrowful occasion of the fourth anniversary of the Ukraine war.
To: Ms. Kaja Kallas High Representative of the European Union for Foreign Affairs and Security Policy and Vice‑President of the European Commission
Dear Ms. Kallas,
WE THE PEOPLE OF THE UNITED NATIONS (are) DETERMINED TO SAVE SUCCEEDING GENERATIONS FROM THE SCORGE OF WAR, WHICH TWICE IN OUR LIFETIME HAS BROUGHT UNTOLD SORROW TO MANKIND …
These are the opening words of the Charter of the United Nations. They were written in 1945, in the shadow of two devastating World Wars. For us Europeans, these words carry particular weight. Both World Wars began on our continent, and it was Europe’s peoples who suffered the greatest share of their destruction. We therefore bear a profound responsibility to ensure that such catastrophes never happen again.
On 24 February, the terrible war in Ukraine will enter its fifth year. It is the largest and by far the most dangerous conflict on European soil since 1945, and it carries the grave risk of engulfing the entire continent. As this war involves four nuclear powers, including the world’s two largest nuclear powers, any further escalation could get out of control and endanger humanity as a whole. Particularly worrying are the plans and rhetoric suggesting that the war should be continued indefinitely in the belief that this might one day produce a “victory”. What Europe needs is not victory through endless war, but the restoration of peace. That we Europeans have failed to prevent this war—and that after four years we have still not found a path to a peaceful settlement—should fill all parties to the conflict with deep shame.
Of the 750 million Europeans, 450 million live within the European Union. The Union therefore carries a special responsibility for peace on our continent. We must ask ourselves why we focused so much on arming the EU, while, at the same time, we neglected almost entirely any diplomatic efforts pursuing a peaceful solution. After four years of fighting, we have not even spoken to the other conflict party, Russia. Yet all EU member states, as well as Russia, have ratified the UN Charter and are therefore obliged “to take collective measures for the prevention and removal of threats to peace, and for the suppression of acts of aggression or other breaches of the peace, and to bring about by peaceful means, and in conformity with the principles of justice and international law, adjustment or settlement of international disputes or situations which might lead to a breach of the peace” (UN Charter, Chapter I, Article 1(1)).
After so much bitterness and hatred, it will require great courage from all sides to sit together and talk in pursuit of peace. But that is precisely what must now be done. I listened carefully to your remarks at the Munich Security Conference a few days ago, and I hope you will keep an open mind: this is a war on the European continent, and it will ultimately have to be resolved through diplomacy by Europeans.
In this context, I would like to draw your attention to a proposal for intra‑European peace talks aimed at achieving a negotiated end to the war in Ukraine. A group of eminent German personalities1 and I have drafted this proposal under the title “Ukraine and Russia: How this war can be ended with a negotiated peace.” A copy is attached.
The core idea of our proposal is to appeal to the shared responsibility of both the European Union and Russia for Ukraine as a European state and for the future peace and security of our continent. In this spirit, we propose that all sides agree in advance on three overarching objectives to guide future negotiations:
To secure the future of Ukraine as a sovereign, independent, and functional European state and, after four years of a devastating war, to restore hope for its people.
To lay the foundations for a pan‑European security and peace order that takes into account the legitimate security interests of both Ukraine and Russia, by building on existing international treaties such as the 1990 Charter of Paris for a New Europe.
On this basis, to identify possible solutions to the key issues that—given a corresponding willingness to compromise by all parties—could bring the war to an end.
Agreeing on such predetermined objectives could help break through the entrenched atmosphere of hostility and war rhetoric and place future negotiations on a more constructive footing. To elaborate on these ideas, General Kujat and I have written an article entitled “Europe now needs the courage to pursue peace – A call for peace on the fourth anniversary of the war in Ukraine.” A copy is attached.
General Kujat was once the highest-ranking officer of the Bundeswehr and former Chairman of the NATO-Russia Council and the NATO-Ukraine Commission of Chiefs of Defence. He has extensive knowledge and experience of Ukraine and Russia while working for Federal Chancellors Schmidt and Kohl as well as Head of the Military Policy Department and Head of the Planning Staff at the Federal Ministry of Defence.
As for myself, I draw on 34 years of living and working for the United Nations and shortly the OSCE in countries at war or affected by armed conflict around the world, including eight years as UN Assistant Secretary General reporting directly to the UN Security Council. Together, we bring extensive experience and insight relevant to addressing complex crises such as the war in Ukraine. If you consider it useful, we would be glad to meet with you and your colleagues to discuss our peace proposal in greater detail.
Pursuing peace requires not only knowledge—it requires, above all, courage. I wholeheartedly wish you this courage. The people of Europe, on whatever side of the front line they may find themselves, will be grateful.
With the assurances of my highest consideration,
Yours sincerely,
Michael von der Schulenburg
Overgenomen van pascallottaz.substack.com, met correctie van een tikfout.
De oorlog tussen Rusland en Oekraïne is nu vier jaar bezig en als bijdrage daarover brengt De Morgen van dit weekeinde een lang artikel van Joanie De Rijke, die vier slachtoffers van de oorlog interviewt, mensen in Lviv en in Kiev. Goed gemaakte interviews die de ellende van de slachtoffers op pakkende wijze illustreren: blijvende verminkingen en letsels, omgekomen partner en kinderen, proberen voort te leven na al de meegemaakte verschrikkingen.
Je begrijpt de man die door een toeval een raketaanval overleefd heeft, maar vrouw en kinderen verloor, en die zegt: “Mijn leven is vastgelopen. Allemaal door dat stuk ongedierte in Moskou.”
Je moet het Russische leger en de Russische president inderdaad verwijten dat ze het niet nauw nemen met het respect voor de burgerpopulatie in vijandig gebied, en ook de behandeling van gevangenen (waarover in een van de interviews afschuwelijke details worden meegedeeld) is aan te klagen.
Alleen Rusland?
Toch is dit soort interviews slechte journalistiek. Ze suggereren dat Rusland en alleen Rusland de slechterik is en de oorzaak voor de oorlogsellende. Maar je kan ongetwijfeld gelijkaardige interviews maken met Russische slachtoffers van aanvallen door Oekraïne, en over de mishandeling van Russische gevangenen in Oekraïne.
Een journalist maakte bijvoorbeeld lang geleden al melding van een Oekraïens filmpje dat circuleerde waarin een Russische gevangene de ogen werden uitgestoken. En er is ongetwijfeld akeligs te vertellen over de manier waarop de fascistische troepen van Kiev met “collaborateurs” zijn omgegaan, waarbij dat begrip uiterst ruim geïnterpreteerd kon worden: het aannemen van brood van de Russen was al collaboratie.
Knoeien door weglaten
Je moet, denk ik, ook goed voor ogen houden dat – in tegenstelling tot het Westerse propagandaverhaal – de oorlog begonnen is door Kiev en tegen alle regels en alle moraal in: het is Kiev dat met militair geweld (en sluipschutters) de opstandige provincies in de Donbas aanviel, wat naar schatting zo’n 10.000 doden opleverde, voor een groot deel burgers. De Russische interventie betekende de redding van vele mensenlevens, want het geweld vanuit Kiev escaleerde en een bloedbad in de Donbas was nakend.
De Russische aberraties aan de kaak stellen is een goede zaak, maar niet als je de Oekraïense weglaat, en die van de NAVO. Poetin kopieerde zijn interventie op die van de NAVO in Joegoslavië, waar zogenaamd een bedreigde minderheid van de bevolking moest worden gered. Voor die redding beschoot de NAVO civiele gebouwen en bracht daarbij vele burgers om. Ook de in een interview van Joanie De Rijke vermelde afschuwelijke praktijk van de dubbele aanval werd door de NAVO al toegepast: bombarderen of beschieten, wachten tot de hulpverlening aan de slachtoffers op gang komt, en dan opnieuw beschieten of bombarderen, zodat ook de hulpverleners omkomen.
De op zich lezenswaardige interviews die De Morgen brengt dragen bij tot de ideologische verdwazing die Rusland de schuld van alles geeft en de context weglaat. Wie de NAVO en Kiev niet veroordeeld heeft, maar alleen Rusland oorlogsmisdaden verwijt, speelt vals. En daarbij wordt het probleem van de oorlog en het overschrijden van alle drempels van wet en humaniteit verdronken in selectief en partijdig medeleven met een bepaald niet onschuldig Oekraïne. Het eindresultaat is journalistiek geknoei.